textiel voor kleuters

textiel voor kleuters


 

In deze leerlijn textiel worden kinderen op speelse en onderzoekende wijze door middel van een diversiteit aan korte activiteiten in textiel vertrouwd gemaakt met verschillende soorten van textiel. het verdient de aanbeveling om met kleuters langere tijd met deze materialen te werken zodat ze ermee vertrouwd raken en de kans hebben zelf nieuwe toepassingen te bedenken.

Voor CultuurLoperscholen die werken met de gedragsindicatoren: Zowel onderzoeken, reflecteren en creëren komen in deze lesbrief aan de orde. Zie hiervoor ook de leerdoelen.

 

 


  • Onderwerp: draden en lappen
  • Dimensies: 2d/3d
  • Beeldaspecten: hard/zacht, kleur, structuur, herhaling
  • Materiaal/Techniek: wol, lapjes, draden,
  • Vakgebied: textiel
  • Beschouwing:

    Zorg voor veel tastbare voorbeelden van textiel. kleding, knuffels, diverse stoffen uit dagelijkse omgeving, wol, enz

    STel ook vragen als  Wat voor soorten textiel ken jij

    Waar komt wol vandaan? en katoen, en zijde?

    Zorg voor visueel materiaal om dit aanschouwelijk te maken ( foto's, internet): schapen, katoenplant, zijderups

    Wat moet er gebeuren om dit van een vacht, een vrucht, een cocondraad tot stof te maken?

  • Leerdoelen:

    • Kinderen maken al voelend, ruikend en spelend kennis met verschillende soorten van textiel (O)
    • Kinderen leren kijken/luisteren naar en praten over eigen werk en dat van hun groepsgenootjes (R)
    • Kinderen leren repen knippen en scheuren van textiel (C)
    • Kinderen leren rijgen met naald en draad,(rietjes en kralen) (C)
    • Kinderen leren vlechten, omwikkelen en knopen met draden en stroken van textiel (C)

  • Werkwijze:

    Biedt in steeds korte opdrachten een andere activiteit aan. geef kinderen altijd ruim de gelegenheid te spelen met het materiaal. Sta open voor eigen oplossingen en toepassingen.

  • Opdracht:

    • Oefenen met knippen: knip een cirkel, een vierkant, enz. wie knipt de langste sliert ( 
    • Groepsspelletjes: bollen wol overgooien naar elkaar zodat er een weefsel ontstaat.  daarna kun je op kaartjes of bordjes weven met deze slierten. 
    • collages maken van de geknipte vormen
    • omwikkelen; geknipte en gescheurd slierten stof kunnen worden gebruikt om takjes, stokken of proppen papier te omwikkelen. associeerspelletjes. Wat zie je erin.
    • Probeer creereren, onderzoeken en reflecteren steeds af te wisselen met de kleuters.
    • Maak een kussen met aan veiligheidsspelden drie draden of slierten stof naar keuze en leg uit hoe kinderen kunnen vlechten. uitbreiden naar haren vlechten? 
    • Je kan textiel ook gebruiken als ondergrond om op te schilderen:  bv een zelfportret met spiegeltjes. zie les uit leerlijn tekenen en schilderen.

  • Materialen en gereedschappen:

    • wol in diverse kleuren en diktes, plukken ruwe wol
    • katoen en katoenplant?  ( echt of afbeelding)
    • stukjes zijde, zijdecocon ( afbeelding)
    • stoffen van verschillende soorten ( katoen, wol,  zijde, synthetisch)
    • scharen (links en rechtshandig)
    • stopnaalden stomp
    • touw, koord
    • lijm ( textiel- of hobbylijm), karton of jute om op te plakken
    • kartonnen kaartjes of bordjes om op te weven
    • enz

  • Korte handleiding van mogelijke processen in de les:

    zie werkwijze

  • Nabeschouwing, werkbespreking met de leerlingen:

    Grijp terug op je leerdoelen, kijk terug met de kinderen, bekijk wat er na een periode met textiel als onderwerp is ontstaan.   Wat werkte wat niet, Wat zou je een volgende keer anders doen . leg dat vast in een eigen logboek

  • Opmerkingen van de leerkracht:

    -